Empathie en de mindset van empathische mensen

empathie2020/08/18 – Empathie en de mindset van empathische mensen
Als wellbeing coach help ik mensen een sterkere relatie te ontwikkelen met hun partners, vrienden, collega’s, kinderen, familieleden en zichzelf. Ik help om de communicatie te versterken, inzicht te krijgen in de oorzaken van gedrag en door een milde interne dialoog. Ongeacht de situatie van mijn cliënt, is er één vaardigheid die ik bijna altijd wilde cultiveren of versterken: empathie.

De definitie van empathie in het woordenboek is ‘Medelijden’ en ‘sympathie’ . Deze doen geen recht aan deze gecompliceerde en ongelooflijk belangrijke menselijke eigenschap. Ik zie het liever als de warme waardering en waardering voor wat het betekent om mens te zijn in een wereld die vaak vol pijn is.

Ik streef ernaar mijn cliënten te helpen empathie voor anderen te ontwikkelen, omdat het hen helpt gemakkelijker door conflicten heen te komen, wrok en ego los te laten en voorkomt dat men te betrokken raakt. Hieronder staan enkele observaties die ik in de loop der jaren heb verzameld over enkele van de meest empathische mensen die ik heb ontmoet en de denkwijze waarmee ze hun leven benaderen.

 

empathische mensen begrijpen dat er altijd een goede reden is achter iemands gedrag.

Door te aanvaarden dat achter elk gedrag iets goeds zit achterhalen we wat maakt dat goede bedoelingen gepaard gaan met onaanvaarbaar gedrag.

Als iemand ons kwetsend vindt, kunnen we ervoor kiezen om ons ook kwetsend op te stellen of wrok te koesteren. Of we kunnen er royaal van uitgaan dat ze op dat moment hun best deden. We vragen ons misschien af wat er in hun persoonlijke leven aan de hand is om zo uit hun karakter te handelen. We gaan ervan uit dat er een goede reden is waarom ze zich gedragen zoals ze doen. Dit soort vergeving maakt herstel en een niet-oordelende dialoog mogelijk.

 

Empathische mensen waarderen het dat iedereen lijdt of op een of andere manier heeft geleden.

Lijden is universeel. Het lijden van een persoon kan een andere vorm, vorm of zelfs ernst aannemen dan dat van de buren, maar het ervaren van pijn en ongemak is hetzelfde.

Er is empathie voor nodig om te begrijpen dat iemand op elk moment een ongeziene, onuitgesproken strijd kan voeren. Zelfs als je op dit moment niet lijdt, is de kans groot dat als ik je zou vragen te denken aan de laatste keer dat je was, je het vrij snel en levendig zou kunnen beschrijven.

Het mooie van het erkennen van het lijden van anderen is dat je de volgende keer dat je lijdt, het medeleven van anderen kunt accepteren, wetende dat je niet alleen bent en nooit zult zijn in je pijn.

 

Ze begrijpen dat elke persoon iemands kind is.

Medelevende mensen begrijpen dat mensen geen objecten zijn die verplaatst moeten worden of veroveringen zijn om te winnen. Voordat ze hatelijke gedachten of woorden op iemand richten, stellen ze de vraag: ‘Voor wie doet deze persoon er toe? Wie geeft er om hen? ” Het feit dat iemand er misschien niet toe doet, wil nog niet zeggen dat hij er helemaal niet toe doet. Als je jouw perspectief verschuift om het leven vanuit het standpunt van een ander te bekijken, verandert je denkwijze radicaal.

 

Ze zijn empathisch met zichzelf.

Zelfempathie komt voor iedereen anders naar voren. Sommigen zweren dat ze gezond blijven door sterke grenzen te handhaven. Anderen hebben alleen tijd nodig of weigeren negatief over zichzelf te praten. Hoe het ook zij, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze geven prioriteit aan hun eigen geestelijke gezondheid en zelfzorg. Ze doen dit omdat ze begrijpen dat als ze niet goed voor zichzelf komen opdagen, ze niet goed voor anderen kunnen verschijnen.

 

De Latijnse wortel van het woord ‘empathie’ is ‘compati’, wat ‘lijden mee’ betekent. Hoewel de wereld “lijden” zeker gevoelens van medelijden en sympathie kan oproepen, concentreer ik me liever op het woord “met” in deze definitie. Het is hier, met elkaar, waar onze relaties genezen, onze interne dialoog minder kritisch wordt en ons perspectief verdiept om de perceptie van anderen te omvatten. Het is met elkaar dat we leren dat we niet alleen in dit leven zijn – en dat ook nooit zullen zijn.

Empathie is een eigenschap die zich kenmerkt door het hebben van een sterk inlevingsvermogen in de ander. Er is dus altijd sprake van twee of meerdere personen. Het is in relatie tot de ander.

 

Net als dat de koppeling van het begrip angst aan een persoon iemand bang maakt, zo vertaalt het begrip empathie zich naar iemand die empathisch is. Nog een beter voorbeeld: bij het woord agressie kun je stellen dat iemand agressief is. Voor het gemak staat er in dit artikel empathisch, zonder extra ‘h’. Ook spreek ik van empatihsch zijn of empathie hebben in plaats van empathisch vermogen.

 

Om de betekenis van empathie beter te begrijpen, gaan we even terug in de tijd.

 

Empathie komt van het Griekse woord empatheia. Empatheia, invoelen, is een term die eerst door esthetici werd gebruikt. Esthetica is de leer van de zintuiglijke waarneming. De term empatheia omvatte het vermogen om de subjectieve ervaring van een ander op te merken. Het woord empathie werd voor het eerst gebruikt door een Amerikaanse psycholoog in de jaren twintig, genaamd E.B. Titchener. Het verschilde toen maar een klein beetje van het oorspronkelijke Griekse empatheia. Empathie kwam voort uit een soort fysieke imitatie van de ontreddering van een ander, wat dan bij jezelf diezelfde gevoelens op zou wekken. Dit begint al in de babytijd.

Zo hebben ontwikkelingspsychologen ontdekt dat jonge kinderen zich plaatsvervangend ontredderd voelen, zelfs voordat ze volledig beseffen dat ze onafhankelijk van andere mensen bestaan. Ook als kinderen een paar maanden oud zijn, reageren ze als een ander kind verstoord is alsof het henzelf betreft en huilen ze als ze een ander kind in tranen zien. Tegen de tijd dat ze één jaar oud zijn, komt het besef dat het niet om hun zelf gaat maar om iemand anders.

 

empatisch huilen

Dat motorisch nabootsen wat jonge kinderen al doen, is gelijk aan de oorspronkelijke technische betekenis van het woord empathie zoals Titchener het gebruikte. Je kent het ‘auw-gevoel’ waarschijnlijk wel als iemand anders zich bezeerd. En de reactie die je vertoont als iemand zijn vinger tussen de deur zit. Baby’s doen dat dus ook al. Uit onderzoek blijkt ook dat nabootsen al vroeg begint. Er zijn verschillende voorbeelden. Een goed voorbeeld is dat bleek dat als een baby een andere baby zag vallen, de tranen in haar ogen sprongen. Alsof ze zelf die pijn had gevoeld, zocht ze snel troost bij haar moeder.

 

Tijdens het lezen van dit artikel is het van belang in je achterhoofd te houden dat het om een interpretatie gaat. Als je iemand empathisch noemt is dat jouw interpretatie. Die kan natuurlijk wel gebaseerd zijn op waarnemingen van bepaald gedrag. Je zag iemand bijvoorbeeld een schouderklopje geven aan de ontslagen werknemer. Iemand kan wel empathisch doen of een empathische houding aannemen. Verderop in het artikel wordt empathisch gedrag gespecificeerd door een aantal definities en praktijkvoorbeelden.

 

Emotionele intelligentie en sociale intelligentie

Emotionele intelligentie (EI):

 

Deze vorm van intelligentie is waarschijnlijk één van de meest veranderende constructen in de psychologie. Het is dan ook een breed begrip waar verschillende betekenissen aan worden verleend. Dit maakt het behoorlijk moeilijk om een eenduidige definitie te formuleren. Er is niet zoiets als een volledige overeenstemming van één formulering. Allereerst worden er een aantal definities gegeven die EI het best omschrijven. Daarna volgen de belangrijkste takken van EI om een beter beeld te geven van de verschillende onderdelen van het construct.

 

Er wordt vaak gezegd dat er drie aspecten zijn wat betreft de menselijke natuur (human nature):

Hoe alle mensen hetzelfde zijn

Hoe sommige mensen hetzelfde zijn

Hoe alle mensen uniek zijn

 

Een definitie die wat makkelijk te begrijpen is dan het verhaal hieronder is als volgt:

Emotionele intelligentie omvat vermogens zoals jezelf kunnen motiveren en kunnen doorzetten als het tegenzit; je impulsen beheersen en beloning uitstellen; je eigen stemmingen reguleren en voorkomen dat ontreddering je denkvermogen overmeestert; empathie en hoop koesteren.

 

Als je Emotionele Intelligentie wilt onderzoeken kan het begrip als volgt gezien worden:

 

Een algemene kwaliteit van mensen; een vermogen om met emotionele conflicten om te gaan die ieder mens heeft.

Een kwantitatief spectrum van individuele verschillen in EI, zodat mensen in een rangorde kunnen worden gezet van hoeveel EI ze hebben.

Een kwalitatieve, verfijnde verklaring van hoe het individu emoties reguleert, wat niet direct op een vergelijking tussen mensen slaat.

Verschillende takken van EI1:

 

Emotionele perceptie / identificatie omvat het ontvangen en coderen van informatie vanuit het emotionele systeem.

Emotionele facilitatie van de gedachte omvat de verdere verwerking van emotie om cognitieve processen te verbeteren met als bedoeling complexe problemen op te lossen.

Het emotionele begrijpen is in sommige opzichten het omgekeerde van het tweede punt: het gaat om de cognitieve verwerking van emotie zelf.

Emotiemanagement gaat over de controle en regulatie van eigen emoties en van anderen.

Sociale intelligentie:

 

Deze vorm van intelligentie is door Thorndike (1920) gedefinieerd als wijsheid in sociale situaties. Ook wel het vermogen om mensen te begrijpen, te leiden en om wijs op te treden in sociale situaties. Dit vertaalt zich naar onderzoek over hoe mensen oordelen over anderen en de accuraatheid van zulke oordelen.2

 

Wat maakt iemand empatisch?

Als je een persoon empatisch noemt, ben je van mening dat hij of zij van de vaardigheid gebruikmaakt om zich te verplaatsen in de ander. Dat betekent dat die persoon begrijpt hoe de ander zich voelt en wat voor impact dat heeft op de ander – voor zo ver dat kan. Er is in ieder geval oog voor de ander.

 

De desbetreffende persoon kan zijn inlevingsvermogen op verschillende manieren tot uiting brengen. Een krachtige manier om dat te doen is empatisch luisteren.

 

Empatisch luisteren

Meestal zijn we als mensen nogal met onszelf bezig. In gesprek met de ander delen we onze ervaringen en mening. En op een iets dieper niveau wat we denken en voelen. Vaak luisteren we wel, maar is onze aandacht ook gericht op onszelf. We hebben allemaal ons eigen referentiekader. Dit is overigens niet verkeerd. Als je bij ieder gesprek (zonder emotionele lading) empatisch zou luisteren, zou je jezelf in no-time uitputten.

 

Empatisch luisteren gaat nog verder. Het vereist concentratie en energie. Je probeert de ander echt zo volledig mogelijk te begrijpen.

 

Een manier om je aandacht echt helemaal op de ander te richten is het gebruikmaken van gevoelsreflecties. Dit is meer dan alleen een techniek.

 

De gevoelsreflectie

 

Een gevoelsreflectie is het teruggeven van de belangrijkste gevoelens die in de woorden van iemand doorklinken of uit iemands non-verbale gedrag is op te maken.

 

Wat is hiervan het effect?

 

De ander voelt zich meer begrepen en geaccepteerd. Daardoor laat je de ander meer over haar of zijn gevoelens vertellen.

Het geeft een gevoel van veiligheid.

Je krijg meer accurate bruikbare informatie over emoties. Je controleert namelijk of je aanname van de aanwezigheid van bepaalde gevoelens wel juist is.

Om een gevoelsreflectie te geven moet je bij de kern komen van wat iemand voelt. Daarvoor moet je je aandacht voornamelijk op de ander richten en je ‘’voelsprieten’’ aanzetten. Vertrouw hierbij op je intuïtie, meestal zit je goed.

 

Mogelijke valkuilen:

Je communiceert je eigen gevoelens en niet die van de ander. Dit is een teken dat je afwezig of niet in het moment bent. Laat je eigen gedachten en gevoelens even voor wat ze zijn en breng je focus naar de ander. Wat neem ik waar?

Je focust teveel op de techniek zelf, waardoor er te weinig aandacht voor de ander is. Als het nieuw voor je is om dit te doen, is het niet meer dan logisch dat dit een paar keer gebeurt. Dat hoort bij het leerproces. Als je vaker oefent zal het op een gegeven moment vanzelf gaan.

Je geeft teveel gevoelsreflecties. Let op dat je het niet telkens gaat gebruiken. Het ligt ook aan de aard van het gesprek. Bij hele hevige emoties kun je in het gesprek wel twee of drie gevoelsreflecties geven. Als dat niet het geval is, volstaat één of een paar. In een alledaagse situatie heeft het minder waarde.

Hoe doe je het dan wel?

 

Stel, iemand komt van zijn werk, ploft meteen op de bank neer, geeft een diepe zucht en zegt ‘’Dat was me een dag’’. Waarschijnlijk heb je nu al wel een beetje een beeld van hoe dat eruit zou zien.

 

Een mogelijke gevoelsreflectie is in dit geval:

 

‘’Ik kan merken dat je er echt helemaal doorheen zit.’’

 

Je weergeeft bij deze boodschap het juiste gevoel met de juiste intensiteit. Gebruik hierbij je intuïtie.

 

Een aantal manieren om beter te luisteren is het letten op de volgende zaken:

Oogcontact

Gebaren

Lichaamshouding

Vaak veranderen deze non-verbale signalen overigens al vanzelf. Je past jezelf aan de ander aan.

 

empatisch

Empathie staat centraal in de meeste betekenissen van emotionele intelligentie (EI). Volgens verschillende onderzoeken zijn mensen zich simpelweg niet goed bewust van hun empatische vaardigheden.

 

Ook in onderzoek naar agressie is de rol van empathie bestudeerd. Empathie zorgt in het algemeen voor het verzachten van agressieve impulsen. Hoewel empathie en sociale intelligentie sterk met elkaar samenhangen, zijn ze verschillend in relatie tot agressie. Met correctie op sociale intelligentie, was er een negatief verband met alle vormen van agressie, maar een positief verband met conflictoplossing. Dat leidde tot de volgende formule:

 

Sociale intelligentie – empathie = agressie

 

Het lijkt erop dat de sociaal intelligente, maar niet-empatische persoon agressie als copingsstrategie gebruikt en daar op intelligente wijze mee omgaat door weinig geweld te gebruiken.

 

Het spreekt min of meer voor zich dat iemand die je niet empatisch noemt, weinig tot geen van de besproken vaardigheden gebruikt of die eigenschappen bezit. Als een persoon in extreme mate het tegenovergestelde van empatisch is, heb je het over een psychopaat.

 

‘’Gaf een of andere Macht ons maar het vermogen om onszelf te zien zoals anderen ons zien. Dat zou ons verlossen van vele blunders en dwaze ideeën.’’

Robert Burns, ‘To a Louse’ (1876)

Altruïsme

 

Empathie en ethiek vormen samen de basis voor altruïsme. Ethiek houdt zich bezig met de keuze of iets juist is om te doen. Als je bijvoorbeeld voor de keuze komt te staan om als brandweerman twee relatief oude mensen te redden óf een enkele jonge baby is er sprake van een moreel dilemma. Stel dat je moest kiezen en niet alle mensen kan redden. Dan is het een lastige keuze: de baby heeft nog lang te leven, maar als je de baby redt vergaan er maar liefst twee mensenlevens.

 

Als je een empathische houding aanneemt, kom je vroeg of laat voor een moreel dilemma te staan. Moet je liegen om de gevoelens van een vriend te sparen? Moet je je aan je belofte houden en ga je bij een zieke vriend op bezoek, of neem je op de valreep een uitnodiging voor een dineetje aan? Maar net als in het voorbeeld van de brandweerman kan het ook gaan over leven of dood. Onder welke omstandigheden moet de beademingsapparatuur nog aan blijven staan voor iemand die anders dood zou gaan?

 

Martin Hoffman houdt zich bezig met zulke vragen en heeft onderzoek gedaan naar empathie. Hij stelt dat moraal geworteld is in empathie. De neiging van mensen om empathie te hebben voor mogelijke slachtoffers, leidt er namelijk toe dat zij hen hulp bieden. In hoeverre zit empatisch vermogen eigenlijk al in onze genen?

 

Nature VS. nurture

In de psychologie is er al lang een debat gaande over welk van de twee het zwaarst weegt, nature of nurture. Nature staat voor de biologische aanleg van iemand, terwijl het bij nurture om iemand zijn opvoeding en leefomgeving gaat. In de wetenschap wordt inmiddels aangenomen dat niet één van de twee, maar beiden belangrijke factoren zijn voor het verklaren van gedrag.

 

Inmiddels is het wel duidelijk dat empathisch zijn grotendeels gedrag is en dus te leren is. Hoewel het voor sommige mensen minder moeite kost, is empathie iets dat de meeste mensen hebben.

 

Nature

 

Er zijn verschillende onderzoeken gedaan waarin er een fysiologische basis voor empathisch vermogen werd aangetoond. Met fysiologisch worden lichamelijke activiteiten bedoeld. Eén van die onderzoeken, uitgevoerd door psycholoog Robert Levenson, zal ik nu uitleggen. Levenson onderzocht partners die proberen te raden wat de ander voelde tijdens een verhitte discussie. Zijn methode was als volgt:

 

Het echtpaar wordt gefilmd en hun fysiologische responsen worden gemeten, terwijl ze praten over iets problematisch in hun huwelijk, bijvoorbeeld het terechtwijzen van hun kinderen of hun uitgavenpatroon. Later bekijkt iedere partner de video terug en beantwoordt telkens de vraag: Wat voelde ik op dat moment? Daarna bekijkt diezelfde persoon de band nog eens met nu het doel om de gevoelens van de ander aan te geven.

 

Wat bleek? Mannen en vrouwen van wie de eigen fysiologie tijdens het kijken die van de partner spiegelde, waren het meest correct wat betreft empathie. Als hun partner meer ging zweten, deden zij dat ook. Als de hartslag van hun partner daalde, ging ook hun eigen hart langzamer kloppen. Hun lichaam bootst dus van moment tot moment de subtiele lichamelijke reacties van hun partner na. Als de kijker de eigen fysiologische reacties herhaalde, signaleerde deze de gevoelens van de ander minder goed. Enkel als de fysiologie gelijk was aan die van de partner tijdens het gesprek, kon je spreken van empathie.

 

Zulke resultaten wekken de indruk dat er nauwelijks empathie aanwezig kan zijn als het emotionele brein het lichaam opjaagt met een sterke reactie, woede bijvoorbeeld. Om empatisch te kunnen zijn moet er een zekere kalmte en ontvankelijkheid zijn. De subtiele gevoelssignalen van een ander kunnen dan namelijk opgevangen en nagebootst worden met het eigen emotionele brein.

 

Dit gegeven maakt het ook een stuk logischer dat wanneer twee mensen boos zijn op elkaar, het meestal alleen maar erger wordt. Je krijgt minder begrip voor de ander door een gebrek aan grip op het ervaren van andermans emoties. En hoe minder empatisch, hoe meer ze zich zullen opwinden over wat niet de ander, maar hen zelf opwindt.

 

Nurture

 

Een permanent gebrek aan afstemming tussen ouder en kind eist een geweldige tol van het kind. Als een ouder consequent niet bij machte is om enige empathie te tonen voor een bepaald scala van emoties bij het kind (pret, tranen, behoefte aan knuffels), gaat het kind het uiten van emoties of zelfs het voelen van de emoties vermijden. Op die manier kunnen waarschijnlijk hele scala’s van emoties volkomen gewist worden uit het repertoire voor intieme relaties, zeker als die gevoelens gedurende de kindertijd steeds bedekt of openlijk ontmoedigd worden.

 

Evengoed kunnen kinderen een voorkeur ontwikkelen voor een onfortuinlijke reeks emoties, afhankelijk van welke stemmingen beantwoord worden. Zelfs baby’s raken met stemmingen ‘besmet’; drie maanden oude baby’s van gedeprimeerde moeders weerkaatsten de stemming van hun moeder als ze samen speelden. Ze waren angstiger, verdrietiger en veel minder spontaan nieuwsgierig en belangstellend dan baby’s van wie de moeders niet gedeprimeerd waren.3

 

Emotionele verwaarlozing lijkt empathie af te zwakken. Hoewel de opvoeder-kind relatie veel invloed heeft, zijn mensen flexibel. Herstellende relaties bieden hoop: ‘Je leven lang geven je relaties (met vrienden, familie of in psychotherapie bijvoorbeeld) steeds opnieuw vorm aan de blauwdruk van relatie die je hanteert. Als er op een gegeven moment een onevenwichtigheid ontstaat, kan die later gecorrigeerd worden; het is een continu proces dat een leven lang duurt.’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wil je weten wat ik voor je kan betekenen?

Plan een gratis en vrijblijvende afspraak om samen naar de mogelijkheden te kijken.